Windpark ontwerp regels

Ontwerpregels voor windparken zijn van belang voor de kwaliteit van het ontwerp, en om belanghebbenden een handvat te geven om een voorgesteld ontwerp te beoordelen.

De belangrijkste regel is dat het ontwerp betekenis moet geven aan het nieuwe windpark.
Ieder individu geeft een windpark zijn eigen betekenis, maar in een ontwerp heeft een gemeenschap de kans een windpark een gezamenlijk gedragen betekenis te geven.
Voor de betekenis van een ontwerp, is het heel belangrijk hoe de beschouwer zich identificeert met het windpark. Heeft hij of zij zelf meegedacht en meegekozen? Wordt het park gedeeltelijk zijn eigendom? Of collectief eigendom? Is het opgedrongen door een enkel individu of een groot energiebedrijf? Komt het van een goed, gerespecteerd initiatief?

Interactie met voorstanders creëert betekenis
Natuurlijk is het de bedoeling, een nieuw windpark een positieve betekenis te laten krijgen, daarvoor is interactie met voorstanders nodig. Zoek daarom in het begin contact met die voorstanders. Voorstanders wonen overal, in elke regio. Gemiddeld is ca 50% van de bevolking direct voorstander, dan is er nog een deel van 35% dat voor is als het park een voor hen positieve betekenis krijgt, en ca 15% is tegen.
Er zijn dus altijd mensen voor wie een windpark in de buurt, een positieve betekenis krijgt. Maar daar is wel interactie voor nodig.

Zet de burger in de driverseat
Gemeentes moeten hun burgers de driverseat gunnen. Dat betekent niet dat de gemeente achterover leunt, maar dat die burger een voorkeurspositie krijgt boven energiebedrijven en windpark ontwikkelaars. Ook voor grondeigenaren geldt eigenlijk dat de bevolking de kans moet hebben om mee te doen. Er zijn gemeentes die dat afdwingen met het bestemmingsplan. Daar besluit de raad vooraf dat zij alleen meewerkt met een windpark plan, waar de eigen bevolking een belang bij heeft.

Een windpark moet bij voorkeur een enkele lijn zijn. 

Het gaat hierbij om de beschouwer in het landschap die het park bekijkt en ervaart. Een lijn, recht of flauw vloeiend gebogen, maakt dat er altijd maar een enkele regelmatige rij windmolens is te zien. Daarvoor is het wel nodig dat andere windparken minstens 5 tot 10 km verderop staan, of deel zijn van dezelfde lijn. Dus alle windmolens moeten zo veel mogelijk in hetzelfde stramien passen.
Deze lijnvormige opstelling heeft tot gevolg dat het landschap inzichtelijk blijft, wat belangrijk is voor de ervaren ontwerpkwaliteit.
Vergelijk dit met als je vanaf een hoog punt naar een dal kijkt, je ziet in en oogopslag hoe de structuur van het landschap. Dat vinden we vaak mooi.

Andere ontwerpregels
Voldoende lege ruimte tussen 2 lijnen, zorgt er voor dat er maar 1 rij windmolens op de voorgrond staat, en een volgende ver weg en klein aan de horizon.
Het lijnen patroon moet ook zo zijn dat er op voldoende plaatsen een stuk horizon zonder windmolens is.
Zo ontstaat visuele rust voor de beschouwer van het landschap.

Regionale blauwdruk
Tot nu toe was het ieder voor zich in windpark ontwerp land. Het is echter beter als elke regio al vooraf geschikte windpark ontwerpen maakt en de locaties aanwijst in een bestemmingsplan. Of een provinciaal inpassingsplan. Een mooi regionaal landschaps ontwerp met windparken, overstijgt de gemeente.
Die locaties moeten samen dan meer windenergie mogelijk maken dan er nu nodig is, er blijft dan keuze voor groei. En het kan, het is nu al duidelijk hoeveel windenergie er maximaal nodig is, de komende 40 jaar.
Een regionale blauwdruk is ook belangrijk als toetsingsinstrument voor kleinere windpark ontwerpen. Ook hier geldt, het einddoel is bekend, alles duurzaam.
Bovendien wordt de verdien capaciteit van het landelijk gebied, of een natuurgebied, op deze manier vooraf transparant.

Vides en concentratiegebieden
Een vide is een gebied dat bewust geen windparken krijgt, dit in tegenstelling tot concentratiegebieden.
Beide concepten zijn ooit voorgesteld voor een lange termijn ontwerp filosofie. Dat voorstel ging uit van een negatieve perceptie van windmolens, en dat is fout, waardoor de concepten onbruikbaar werden.
In de ontwerpregel "enkele lijn" zit het vide concept echter wel verwerkt, maar dan met een positieve betekenis.
Naast een lijn, en aan de uiteinden van een lijnvorming windpark, houd je een gebied zonder windmolens. Minstens 8 tot 15 km afhankelijk van de hoeveelheid bos en bomen in het landschap. Die verbergen een volgend windpark.

Een op zichzelf staand object in het landschap
Het is niet nodig en meestal ook niet relevant om "aan te sluiten bij een bestaande structuur in het landschap". Windmolens zijn in Nederland meestal de grootste elementen in het landschap, waardoor ze altijd een op zichzelf staand object zijn.
Combineren kan natuurlijk wel, om praktische reden of om betekenis aan te ontlenen.
Zo kan een park dat de A15 volgt, mede daar zijn betekenis aan ontlenen, maar ook omdat de snelweg alle geluid van de windmolens maskeert. De Peelrand breuk is een ander voorbeeld, of de Midden Peel weg. Beide zijn lijnen van Venlo naar Den Bosch. Een rij windmolens zou langs die lijn ontworpen kunnen worden, met onderbrekingen waar dorpen liggen. Toevallig zijn veel gebieden op die lijn geschikt als windmolen locatie.
Ook een laagvlieg corridor kan zo benut worden. Als de piloten maar niet gaan slalommen en Defensie garant staat voor evt schade.

Verder zijn er technische randvoorwaarden
Zoals afstand houden tot woningen, vanwege de geluidsnorm en slagschaduw contouren.
In het verlengde van startbanen van een vliegveld staan windmolens in de weg, dit zijn de funnels.
Defensie probeert ook radar cirkels windmolen vrij te houden, maar dit heeft geen technische grond.

Voor deze ontwerp regels is het uitgangspunt dat windmolens in het landschap komen, ze zijn nodig voor onze duurzame energievoorziening.

Weet je andere ontwerpregels waar een windpark perse aan moet voldoen?
Of waarmee ons landschap mooier wordt.

Laat het weten!

Comments